Statuten ACT

De statuten van stichting ACT.

CME / 20181240

Stichting Academy for Community and Talent

STATUTEN—————-­ Artikel 1—————– ——-­ Naam, zetel————————- 1.1 De stichting draagt de naam: StichtingAcademy for Community and- Talent, welke naam kan worden afgekort tot Stichting ACT. —-
1.2 De stichting heeft haar zetel in de gemeente Arnhem.

 ­ Artikel 2 ———————— Doel—————————-
2.1 De stichting heeft ten doel: —————-­
(a) het bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs met een direct maatschappelijke impact, teneinde een lerende, ondernemende en­ innovatieve cultuur en structuur in het onderwijs en de daaraan — – 2 – grenzende leefgebieden en/of domeinen op te zetten;—–­
(b) het verrichten van alle verdere werkzaamheden, die met het–­ vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe—­ bevorderlijk kunnen zijn;
(c) het beleid van de stichting dient zodanig te zijn dat de stichting kan worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling als – bedoeld in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen. —
2.2 De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door:—–­
(a) het verzorgen, ontwikkelen en uitvoeren van een kenniscentrum op­ het gebied van onderwijs en educatie, in de meest ruime zin van het woord;———————-­
(b) het bijdragen aan en het doen van onderzoek naar innovatie op het – gebied van onderwijs;—————-­
(c) het (doen) verrichten van onderzoek op het gebied van onderwijs;­
(d) het vernieuwen van onderwijs alsmede het bijdragen aan—­ vernieuwing op het gebied van onderwijs gericht op domeinoverschrijdende werkzaamheden om de huidige grenzen in – het georganiseerd onderwijs te slechten en tot een meer integraal – afgestemde aanpak te komen;————–
(e) het bijdragen aan, vormgeven van en het (doen van) onderzoek-­ naar talentontwikkeling;—————-
(f) het (doen) uitvoeren van activiteiten en programma’s die binnen en buiten de reguliere grenzen van georganiseerd onderwijs bij kunnen dragen aan een verbreding van het aanbod en de kwaliteit van het – geboden pakket;——————
(g) het verkrijgen, beheren, exploiteren, bezwaren en vervreemden van rechten van intellectuele eigendom; en ———-­
(h) al hetgeen in de ruimste zin kan bijdragen aan de hoofddoelstelling- van de stichting. ——————-
2.3 De stichting heeft geen winstoogmerk.
 ­ Artikel 2 ———————— Doel—————————-
2.1 De stichting heeft ten doel: —————-­ (a) het bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs met een direct maatschappelijke impact, teneinde een lerende, ondernemende en­ innovatieve cultuur en structuur in het onderwijs en de daaraan — – 2 – grenzende leefgebieden en/of domeinen op te zetten;—–­ (b) het verrichten van alle verdere werkzaamheden, die met het–­ vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe—­ bevorderlijk kunnen zijn; (c) het beleid van de stichting dient zodanig te zijn dat de stichting kan worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling als – bedoeld in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen. —
2.2 De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door:—–­
(a) het verzorgen, ontwikkelen en uitvoeren van een kenniscentrum op­ het gebied van onderwijs en educatie, in de meest ruime zin van het woord;———————-­
(b) het bijdragen aan en het doen van onderzoek naar innovatie op het – gebied van onderwijs;—————-­
(c) het (doen) verrichten van onderzoek op het gebied van onderwijs;­
(d) het vernieuwen van onderwijs alsmede het bijdragen aan—­ vernieuwing op het gebied van onderwijs gericht op domeinoverschrijdende werkzaamheden om de huidige grenzen in – het georganiseerd onderwijs te slechten en tot een meer integraal – afgestemde aanpak te komen;————–
(e) het bijdragen aan, vormgeven van en het (doen van) onderzoek-­ naar talentontwikkeling;—————-
(f) het (doen) uitvoeren van activiteiten en programma’s die binnen en buiten de reguliere grenzen van georganiseerd onderwijs bij kunnen dragen aan een verbreding van het aanbod en de kwaliteit van het – geboden pakket;——————
(g) het verkrijgen, beheren, exploiteren, bezwaren en vervreemden van rechten van intellectuele eigendom; en ———-­
(h) al hetgeen in de ruimste zin kan bijdragen aan de hoofddoelstelling- van de stichting. ——————-
2.3 De stichting heeft geen winstoogmerk.

————­ Artikel 3————————- 0rganen
De stichting kent als organen:—————­
(a) het Bestuur, zijnde het bestuur in de zin van de wet;
(b) de Raad van Toezicht, indien en zodra deze is ingesteld ingevolge – een besluit daartoe als bedoeld -În artikel 8 lid 1;——­
(c) de Raad van Advies, indien en zodra deze is ingesteld ingevolge­ een besluit daartoe als bedoeld in artikel 12 lid 1

.——­ Artikel 4.- – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –   
Bestuur————————–
4.1 Het Bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie (3) en ten hoogste vijf (5) leden (Bestuurders). Het Bestuur zal bij voorkeur bestaan uit een – oneven aantal Bestuurders. De meerderheid van het Bestuur dient te-­ bestaan uit personen die geen relatie met elkaar hebben. Onder relatie – wordt in dit verband verstaan: bloed- of aanverwantschap tot en met de – vierde graad, gehuwd zijn, geregistreerd partners zijn en/of—-­ samenwonende zijn.——————-­ Het Bestuur is eindverantwoordelijke voor het beleid van de stichting en – legt hierover verantwoording af aan de Raad van Toezicht.——
4.2 Indien en voor zover het Bestuur uit meerdere Bestuurders bestaat (met­ uitzondering van het eerste Bestuur, waarvan de Bestuurders in functie – worden benoemd) kiest het Bestuur uit zijn midden een voorzitter, een­ secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en—­ penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.—-
4.3 De Raad van Toezicht, indien deze is ingesteld, benoemt het Bestuur, – met inachtneming van het navolgende.————­ Bestuurders worden benoemd voor een periode van maximaal vijf(5) – jaar. Onder een jaar wordt hier verstaan de periode tussen tweP.,—­ opeenvolgende jaarvergaderingen. Bestuurders treden af volgens een-­ door het Bestuur op te maken rooster van aftreden. Een volgens het -­ rooster aftredend Bestuurder is ten hoogste twee (2) maal onmiddellijk – herbenoembaar.——————–­ De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats – in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.——–
4.4 In afwijking van het bepaalde in de artikel 4.3, worden de eerste—­ Bestuurders bij deze akte benoemd. Indien en voor zover er geen Raad – van Toezicht in gesteld, zullen Bestuurders door het Bestuur worden -­ benoemd.————————
4.5 Een Bestuurder kan te allen tijde door de Raad van Toezicht, indien deze­ is ingesteld, worden geschorst en ontslagen. Terzake van schorsing, -­ handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag besluit de Raad van­ Toezicht met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig­ uitgebrachte stemmen.——————­ De betrokken Bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een-­ vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij­ zich doen bijstaan door een raadsman. ————-
4.6 De schorsing van een Bestuurder vervalt, indien de Raad van Toezicht­ niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing — -4- besluit tot ontslag, tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een – schorsing kan eenmaal voor ten hoogste drie maanden worden—­ gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving­ van de schorsing werd genomen.—————
4.7 Een Bestuurder defungeert:—————-­
(a) door zijn overlijden;—————-­
(b) doordat hij failliet wordt verklaard of doordat de —–­ schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem – al dan niet­ voorlopig – van toepassing wordt verklaard; ——–­
(c) door zijn onder curatelestelling;————-
(d) door zijn vrijwillig aftreden;————-­
(e) door zijn ontslag door de rechtbank; ———-­
(f) door zijn ontslag verleend door de gezamenlijke overige —- Bestuurders. ——————-­
(g) door zijn periodiek aftreden; ————-­
(h) doordat hem surséance van betaling wordt verleend; —-­
(i) doordat één of meer van zijn goederen onder ——– meerderjarigenbewind, als bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het – Burgerlijk Wetboek, worden gesteld.———– 4.8 Bij het ontstaan van één (of meer) vacature(s) in het Bestuur, zal de Raad van Toezicht binnen drie maanden na het ontstaan van de desbetreffende­ vacature daarin voorzien door de benoeming van één (of meer) nieuw(e)­ Bestuurder(s). Een niet voltallig Bestuur behoudt zijn bevoegdheden.–
4.9 Bij ontstentenis of belet van één of meer Bestuurders, niet zijnde alle-­ Bestuurders of de enige (overgebleven) Bestuurder, nemen de —­ overblijvende Bestuurders, of neemt het overblijvende Bestuurder, het­ gehele Bestuur waar.——————­ Bij ontstentenis of belet van alle Bestuurders of van de enige—-­ (overgebleven) Bestuurder wordt het Bestuur waargenomen door de -­ Raad van Toezicht. ——————–
4.10 De Raad van Toezicht stelt, indien van toepassing, de verdere—-­ arbeidsvoorwaarden van iedere Bestuurder vast, met dien verstande dat – Bestuurders geen beloning voor hun werkzaamheden genieten. Zij –­ hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van­ hun functie gemaakte kosten.

—————– Artikel 5————————­ Bestuursbevoegdheid ———————
5.1 Het Bestuur vormt het bestuur van de stichting in de zin van de wet en- heeft uit dien hoofde alle rechten en verplichtingen die een bestuur van – s_ de stichting toekomt, tenzij dit in deze statuten anders is geregeld. —
5.2 Het Bestuur is slechts na voorafgaande mededeling aan de Raad van -­ Toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot­ verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, alsmede­ tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of­ zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. —
5.3 Erfstellingen kunnen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving – worden aanvaard.———————
5.4 Een Bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming­ indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat -­ tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen­ bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht.
5.5 De Raad van Toezicht is bevoegd besluiten van het Bestuur aan haar -­ goedkeuring te onderwerpen, mits de Raad van Toezicht in haar daartoe – strekkend besluit zodanige bestuursbesluiten nauwkeurig omschrijft en – aan het Bestuur mededeelt. Het ontbreken van een ingevolge dit artikel – vereiste goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid,als–­ bedoeld in artikel 7 niet aan. Het Bestuur zal besluiten die goedkeuring – van de Raad van Toezicht behoeven, niet uitvoeren alvorens de Raad van Toezicht zijn goedkeuring heeft kunnen uitbrengen.——–
5.6 Het Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig alle voor de—­ uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie.——–
5.7 Indien en voor zover het Bestuur zal bestaan uit een even aantal—­ Bestuurders, waaronder in ieder geval begrepen indien het even aantal­ Bestuurders is ontstaan door het (periodiek) aftreden van een Bestuurder, zal ingeval van staking van stemmen in een vergadering van het Bestuur – de voorzitter van de Raad van Toezicht een doorslaggevend stem hebben.

Artikel 6————————­ Directeur ————————-
6.1 Het Bestuur kan een Directeur aanstellen, die met de dagelijkse leiding – van de stichting is belast. De Directeur wordt benoemd, geschorst en -­ ontslagen door het Bestuur.—————–
6.2 De Directeur voert zijn werkzaamheden uit met inachtneming van:—
a. de door het Bestuur vastgestelde beleidsplannen en begroting;–
b. de statuten en reglementen van de stichting, en——–
c. de hem op grond daarvan en de door het Bestuur gegeven—­ richtlijnen en taakomschrijving.————- –
6.3 Ingeval van tijdelijk belet of tijdelijke ontstentenis van de Directeur-­ wordt zijn functie waargenomen door het Bestuur, onverminderd de-­ bevoegdheid van het Bestuur een of meer anderen daarmee (geheel of ten dele) te belasten. ——————– 6.4 De Directeur is terzake van zijn werkzaamheden verantwoording — schuldig aan het Bestuur.—————–­

Artikel 7————————­ Vertegenwoordiging———————
7.1 Het Bestuur vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet – anders voortvloeit.——————–
7.2 De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt tevens toe aan twee —­ gezamenlijk handelende Bestuurders.————-
7.3 Het Bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan één of meer­ Bestuurders, alsmede aan derden, om de stichting binnen de grenzen van- die volmacht te vertegenwoordigen. ————–
7.4 Indien de stichting een tegenstrijdig belang heeft met (een van) de leden – van het Bestuur, wordt de stichting vertegenwoordigd door de Raad van – Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht om – een of meer personen, al dan niet uit haar midden, aan te wijzen om de – stichting te vertegenwoordigen.—————-

Artikel 8————————­ Raad van Toezicht: samenstelling en benoeming———– 8.1 Het Bestuur staat, zodra het Bestuur daartoe zal hebben besloten en dit – besluit ten kantore van het handelsregister zal hebben neergelegd, onder – toezicht van een Raad van Toezicht bestaande uit ten minste één of meer­ natuurlijke personen. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt – met algemene stemmen vastgesteld door de Raad van Toezicht. Een-­ eenmaal aldus ingestelde Raad van Toezicht kan niet meer worden— opgeheven. _ De bepalingen betrekking hebbende op de Raad van Toezicht en zijn-­ leden blijven buiten toepassing tot het Bestuur het hiervoor bedoelde -­ besluit tot instelling zal hebben genomen en ten kantore van het—­ handelsregister zal hebben neergelegd.————­ Een lid van de Raad van Toezicht kan niet tevens Bestuurder zijn. —
8.2 De eerste leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door het -­ Bestuur bij het besluit tot instelling van de Raad van Toezicht.—­ Benoeming van de leden van de Raad van Toezicht geschiedt daarna -­ door de Raad van Toezicht.—————–
8.3 Een lid van de Raad van Toezicht wordt, met inachtneming van het — r- bepaalde in dit artikel 8, benoemd voor een periode van twee (2) jaar. – Onder een jaar wordt hier verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarvergaderingen. Leden van de Raad van Toezicht treden afvolgens­ een door de Raad van Toezicht op te maken rooster van aftreden. Een – volgens het rooster aftredend lid van de Raad van Toezicht is ten hoogste twee (2) maal onmiddellijk herbenoembaar.———–
8.4 De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter. ——
8.5 Een niet voltallige Raad van Toezicht behoudt zijn bevoegdheden, doch – neemt onverwijld maatregelen ter aanvulling.———–
8.6 Een lid van de Raad van Toezicht kan te allen tijde door de Raad van-­ Toezicht worden geschorst en ontslagen. Terzake van schorsing, –­ handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag besluit de Raad van­ Toezicht met een meerderheid van ten minste twee/derde van de –­ uitgebrachte stemmen. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van–­ Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een – raadsman.————————
8.7 De schorsing van een lid van de Raad van Toezicht vervalt, indien de – Raad van Toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot ontslag, tot opheffing of handhaving van de -­ schorsing. Een schorsing kan eenmaal voor ten hoogste drie maanden – worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot–­ handhaving van de schorsing werd genomen.———– Artikel 4————————-­ Einde lidmaatschap Raad van Toezicht ————-­ Het lidmaatschap van een lid van de Raad van Toezicht eindigt:—­
(a) door zijn overlijden;—————-­
(b) doordat hij failliet wordt verklaard of doordat de —— schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem – al dan niet­ voorlopig – van toepassing wordt verklaard; ——–­
(c) door zijn onder curatelestelling;————­
(d) door zijn vrijwillig aftreden;————-­
(e) door zijn ontslag door de rechtbank; ———-­
(f) door zijn ontslag verleend door de Raad van Toezicht;—-­
(g) door zijn periodiek aftreden; ————-­
(h) doordat hem surséance van betaling wordt verleend; —–­
(i) doordat één of meer van zijn goederen onder ——– meerderjarigenbewind, als bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het – Burgerlijk Wetboek, worden gesteld.———–  

Artikel 111- – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – ­ Taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht·———-
10.1 De Raad van Toezicht heeft tot taak om toezicht te houden op het beleid – van het Bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting en staat – het Bestuur met raad ter zijde. Bij de vervulling van zijn taak richten de­ Raad van Toezicht en zijn individuele leden zich naar het—–­ gemeenschappelijke belang van de stichting. Zo nodig kan de Raad van­ Toezicht zich bij de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door—­ deskundigen. ———————-
10.2 De Raad van Toezicht heeft, met inachtneming van de wet en—-­ regelgeving op het gebied van de bescherming van privacy en —­ persoonsgegevens, na overleg met het Bestuur, toegang tot all lokaliteiten van de stichting en het recht om inzage te nemen van alle-­ bescheiden en boeken van de stichting. De Raad van toezicht kan zich­ daarbij, na overleg met het Bestuur, doen bijstaan door de—–­ (register)accountant en/of andere deskundige van de stichting aan wie – inzage van de volledige administratie dient te worden verleend. —-
10.3 De Raad van Toezicht kan met inachtneming van deze statuten een -­ reglement vaststellen, waarin hij zijn werkwijze en andere aangelegenheden, waaronder de besluitvorming, de Raad van Toezicht – betreffende vastlegt. In het reglement kan worden aangegeven met welke taken ieder lid meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige–­ taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden – van de Raad van Toezicht voor het gehele toezicht onverlet.—–

Artikel 11———————-­ Vergaderingen en besluitvorming Raad van Toezicht———
11.1 De Raad van Toezicht vergadert zo dikwijls als een lid van de Raad van – Toezicht of een Bestuurder het nodig achten en zo dikwijls dit voor een­ goed toezicht noodzakelijk mocht zijn, doch ten minste één maal per jaar. De oproepingen tot de vergaderingen geschieden met inachtneming van – een termijn van ten minste zeven dagen vóór de datum van de —­ vergadering, onder toezending van een agenda. In spoedeisende gevallen­ kan met een kortere termijn worden volstaan, zulks ter beoordeling van – de voorzitter van de Raad van Toezicht.————-
11.2 Ieder lid van de Raad van Toezicht dat niet geschorst is, is bevoegd tot – het uitbrengen van één stem. De Raad van Toezicht besluit met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen -­ worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen – wordt binnen drie weken opnieuw een vergadering belegd. Indien de — r( _V9 – stemmen dan opnieuw staken, is het voorstel verworpen.——
11.3 De Raad van Toezicht kan alleen geldige besluiten nemen indien de-­ meerderheid van de in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht ter­ vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.——–­ Een lid van de Raad van Toezicht kan zich ter vergadering door een-­ ander lid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke – volmacht.————————
11.4 Indien in een vergadering van de Raad van Toezicht alle in functie zijnde leden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al – zijn de statutaire voorschriften voor het oproepen en het houden van -­ vergaderingen niet in acht genomen.————–
11.5 De Raad van Toezicht kan, met kennisgeving aan het Bestuur, ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid zijn -­ gesteld schriftelijk, al dan niet per enig telecommunicatiemiddel, hun-­ mening te uiten en geen lid van de Raad van Toezicht zich tegen deze – wijze van besluitvormingverzet.—————
11.6 De vergaderingen van de Raad van Toezicht worden bijgewoond door­ het Bestuur, tenzij de Raad van Toezicht de wens te kennen geeft–­ zonder het Bestuur te willen vergaderen.————
11.7 Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden, die – na vaststelling door de Raad van Toezicht door de voorzitter en de–­ secretaris van de vergadering worden ondertekend. ——-­

Artikel 12———————– Raad van Advies ———————–
12.1 Het Bestuur kan besluiten een Raad van Advies in te stellen, die uit — minimaal drie (3) en maximaal vijf (5) natuurlijke personen zal bestaan­ en waarbij de voorkeur uitgaat naar leerlingen en/of studenten, ouders, – professionals, onderzoekers en ondernemers teneinde een Raad van -­ Advies te creëren bestaande uit leden die zich bezig houden met—­ verschillende aspecten van het onderwijs. Leden van de Raad van Advies worden, met inachtneming van het bepaalde in de vorige volzin,—­ benoemd door het Bestuur. Een lid van de Raad van Advies kan niet -­ tevens lid zijn van het Bestuur. —————-
12.2 Een niet voltallige Raad van Advies behoudt zijn bevoegdheden, doch – neemt onverwijld maatregelen ter aanvulling.———–
12.3 De leden van de Raad van Advies worden door het Bestuur geschorst en – ontslagen met inachtneming van het bepaalde in de eerste zin van lid 1 van dit artikel. ——————— –
12.4 Indien en zolang ingesteld, vervult de Raad van Advies een klankbordfunctie ten behoeve van het Bestuur en verleent het Bestuur – gevraagd en ongevraagd advies. —————
12.5 De werkwijze en (nadere) taken en bevoegdheden van de Raad van -­ Advies kunnen nader worden geregeld in een door het Bestuur vast te – stellen reglement van de Raad van Advies.

Artikel 13———————-­ Boekiaar en iaarstukken ——————-
13.1 Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.—–
13.2 Het Bestuur sluit per de laatste dag van het boekjaar de boeken van de- stichting af en maakt daaruit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen­ vijf maanden na afloop van het boekjaar, een balans en een staat van -­ baten en lasten (“jaarstukken”) op over het verstreken boekjaar.—­ Het Bestuur zendt de jaarstukken voor het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn aan alle leden van de Raad van Toezicht. —­ De jaarstukken worden door het Bestuur in een vergadering, te houden – binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, vastgesteld en ten blijke­ daarvan door alle Bestuurders ondertekend. De vaststelling van de –­ jaarstukken behoeft de schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht. ———————–
13.3 Het Bestuur kan, alvorens tot de vaststelling van de balans en de staat – van baten en lasten over te gaan, deze stukken doen onderzoeken door­ een door de Raad van Toezicht aan te wijzen registeraccountant of andere deskundige. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit­ aan het Bestuur en de Raad van Toezicht en legt, zo hij daartoe bevoegd – is, daaromtrent een verklaring af.

Artikel 14———————­ Statutenwiiziging———————–
14.1 Het Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een dergelijk besluit behoeft de schriftelijke goedkeuring van de Raad­ van Toezicht.———————-
14.2 De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand­ komen. Iedere Bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te verlijden. ———————-­

Artikel 15———————– 0ntbinding en vereffening
15.1 Het Bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Een dergelijk besluit – behoeft de schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht.—-
15.2 De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot — r( – 1 – vereffening van haar vermogen nodig is.————-
15.3 Bij de ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het-­ Bestuur, onder toezicht van de Raad van Toezicht.———
15.4 Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. ——————-
15.5 Een overschot dient door de vereffenaars besteed te worden ten behoeve – van een andere algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige – doelstelling.———————-
15.6 Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere­ gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren-­ berusten onder de door de vereffenaars aan te wijzen persoon.—­

Artikel 16,———————– Reglement————————-
16.1 Het Bestuur is bevoegd een reglement, niet zijnde een reglement als– bedoel in artikel 5.7, vast te stellen, waarin die onderwerpen worden -­ geregeld, die naar het oordeel van het Bestuur (nadere) regeling—­ behoeven.————————
16.2 Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. —
16.3 Het Bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te – heffen. ———————-
16.4 De vaststelling, wijziging en opheffing van een reglement behoeft de-­ voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht.——­

Artikel 17———————-­ Slotbepalingen———————–­ In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, — beslist het Bestuur.——————-­ Tenslotte verklaarden de verschenen personen: ———-­
(A) Als eerste leden van het Bestuur van de stichting zijn benoemd:—-
1. de heer Willem Ludeke, geboren te Arnhem op vijfentwintig april – negentienhonderd tweeënvijftig, in de functie van voorzitter;—
2. de heer mr. Paul Schildmeijer, geboren te Arnhem op twee januari – negentienhonderd zesenzestig, voornoemd, in de functie van–­ penningmeester;en——————
3. de heer Herman Alfons Neil Mensink, geboren te Borculo op -­ tweeëntwintig juli negentienhonderd negenenzestig, voornoemd, in de functie van secretaris. —————­
(B) Het eerste boekjaar van de stichting zal eindigen op eenendertig—­ december tweeduizend en achttien.————-­ SLOT———————